anatomie

Spieren

Een paard hoort er rond en zacht van structuur uit te zien met mooie vloeiende bewegingen. En een ontspannen en zachte bespiering in rust, "als een kipfilet".

 

Een spier welke altijd maar op spanning staat, is doodvermoeiend en hoort niet in het normale beeld van een paard.

 

Een spier zorgt voor de beweging van gewrichten door samen te trekken en weer te ontspannen. B.v. de biceps spant zich aan en de tegenoverliggende (antagonist) spier, triceps kan op dat moment ontspannen. Wanneer de ontspannende spier niet genoeg kán ontspannen, door verkramping, littekenweefsel, bindweefsel dan zal de andere spier niet genoeg ruimte krijgen om aan te spannen. Dit geeft een beperking in de bewegingsvrijheid en vermindert de souplesse van je paard.

Dan kan je nog zo hard trainen maar als de ruimte er niet inzit om te ontspannen, spieren los te laten...........

 

 

Pezen

Spieren zijn verbonden aan de botten d.m.v. de pezen, peesplaten en ligamenten. Een pees is stug en veel minder flexibel dan een spier, heeft bijna geen doorbloeding. Na maximale rek kan deze scheuren en door de minimale doorbloeding veel moeilijker in herstel.

 

 

Gewrichten en botten

Spieren zijn verbonden d.m.v. de pezen en ligamenten aan de botten en gewrichten.

De halswervels (7) gaan over in de borst wervels (18)  waaraan de ribben (36) vast zitten. Na de borstwervels volgen de lendenwervels (6), heiligbeenwervels (5) en staartwervels (18). Borstwervels hebben flinke doornuitsteeksels welke goed beschermd liggen tussen spieren en weefsel. Bij dalen van het hoofd komt er ruimte tussen de wervels omgekeerd bij omhoog brengen van het hoofd gaan deze meer naar elkaar toe staan. Spant het paard zijn buikspieren aan, dan komt er ruimte tussen de wervels. De hals is het meest flexibel, borstwervels hebben een beperkte buiging naar beide zijdes, de lendenwervels hebben naar de zijdes flinke doornuitsteeksels waardoor deze nog meer beperkt zijn in zijdebuigingen, hier kan het paard wel weer beter kantelen.